Welkom bij De Fender, een plek waar zorg, gemeenschap en samenwerking samenkomen

Tussen de bomen, midden in de wijk Nieuw Gent, heeft De Fender haar standplaats. De Fender is een zorghub. Een plek die nabijheid en efficiëntie in de zorg wil nastreven en waarbij ‘zorg’ in de breedste zin van het woord wordt bekeken. De Fender biedt een warme, gedeelde ruimte aan voor ontmoeting tussen zorgprofessionals onderling én met bewoners van de wijk. Een systeem dat moet zorgen voor een meer efficiënte inzet van hulpverlening bij de meest kwetsbaren mensen van onze samenleving en dit op alle levensdomeinen. Bezieler en verantwoordelijke Jan Dendas vertelt er ons meer over. Hij is tevens actief als wijkwerker geestelijke gezondheidszorg. Stefanie Cuypers, werkzaam in een VAPH-voorziening en deels vrijgesteld om in De Fender aan de slag te gaan, staat ons mee te woord.

“De oprichting van De Fender komt niet uit het niets”, steekt Dendas van wal. “Het beantwoordt aan een hoge nood in deze wijk: bewoners kampen met steeds complexere noden wat zorgt voor een toenemende kwetsbaarheid. Een evolutie die we in steeds meer sociale woonwijken zien. Mensen met psychische kwetsbaarheden, verstandelijke beperkingen en weinig tot geen netwerk, worden er geconcentreerd gehuisvest. Ze worden geconfronteerd met een versnipperd zorgsysteem over sectoren heen waarbij verschillende diensten scherp zijn afgelijnd. De muren zijn bijzonder hoog tussen de verschillende sectoren. Bovendien worden mensen vaak doorverwezen naar andere diensten waar ze evenmin terechtkunnen. Daardoor vallen onze bewoners vaak tussen de mazen van het net. Ze komen op lange wachtlijsten terecht of krijgen helemaal niet de hulp die ze nodig hebben. Terwijl ze op die wachtlijst staan, is niemand nog met hen bezig. Het gevolg? Hun problemen escaleren. Problemen die allerminst worden opgelost met een woning alleen. Er is veel meer nodig.”

De Fender als antwoord op een achterhaald zorgsysteem

“Tegelijkertijd geven hulpverleners ook aan dat ze de grenzen binnen hun organisatie bereiken. Door samen te werken, kunnen deze grenzen echter doorbroken worden”, gaat Dendas verder. “En dat doen we bij De Fender. Het is een gedeelde ruimte voor buurtgerichte zorg, ingebed in een sociale woonomgeving. Hulpverleners zijn welkom om hier te werken. Zo leren ze elkaar kennen en creëer je korte communicatielijnen én meer zorgcontinuïteit. Mobiele GGZ-teams, VAPH-diensten, job- en opgroeicoaches, thuiszorgdiensten, de huisvestingmaatschappij, straathoekwerkers en een arts van het wijkgezondheidscentrum komen hier over de vloer. Er is hier ook ruimte om met bewoners zelf in gesprek te gaan. Er wordt dus echt in de wijk zelf gewerkt. Kwetsbare mensen doorverwijzen naar andere diensten, werkt niet altijd en zeker niet zonder warme doorverwijzing of met zorg voor continuïteit.”  

Jan Dendas
Jan Dendas: “Hulpverleners zijn welkom om hier te werken. Zo leren ze elkaar kennen en creëer je korte communicatielijnen én meer zorgcontinuïteit”

De Fender fungeert als ontmoetingsplaats, overlegcentrum en werkplek tegelijk. Professionals doen er teamvergaderingen, stemmen hun werking op elkaar af en ondersteunen elkaar in de complexe realiteit van wijkwerk. “Het unieke aan onze werking, is het gedeeld en neutrale karakter”, zegt Dendas. “Onze ruimte is niet van één organisatie, maar een samenwerking van partners. Organisaties kunnen werkruimte huren tegen een lage kost. Ze geven mee vorm aan zorg op maat en dat in de wijk zelf. Er ontstaat een gedeelde zorgcultuur en een vertrouwen over organisaties heen. Dat leidt tot korte communicatielijnen en directe samenwerking. Kortom, je verkrijgt een efficiënte horizontale samenwerking én vooral een gedeeld eigenaarschap. Dit fijnmazig hulpnetwerk zorgt ervoor dat mensen niet meer van het kastje naar de muur worden gestuurd. Ook crisissituaties kunnen voorkomen worden. Hulpverlening komt veel dichter bij de leefwereld van bewoners.”

De Fender doet daarbij niet aan dossieropbouw. “Niets wordt formeel geregistreerd, tenzij met toestemming van de betrokken persoon. Mensen kunnen zelf hun verhaal komen doen en  toestemming geven dat hun verhaal gedeeld en besproken wordt met andere hulpverleners. Menselijkheid staat boven bureaucratie”, zegt Cuypers. “Daarnaast maken we ook bewust ruimte voor terugkoppeling als het beter gaat”, vult Dendas aan. “Daar schieten klassieke systemen vaak te kort in. Zo hebben we bijvoorbeeld goede contacten met de lokale politiediensten aan wie we laten weten als het met iemand beter gaat.”

Win-win voor hulpverlener én cliënt

“Tegelijkertijd draagt deze manier van werken bij aan het welzijn van de hulpverlener zelf. Door intervisie en onderlinge steun heeft die niet het gevoel er alleen voor te staan”, vult Cuypers aan. Nabijheid is niet alleen belangrijk naar de bewoners toe, maar ook naar collega-hulpverleners. Je voelt sneller verbinding wanneer je elkaar vaker ziet en spreekt. Sinds we met Voluit (de VAPH-voorziening waarvoor ze werkt, nvdr.) aangesloten zijn bij De Fender, merken we dat de samenwerking met andere organisaties veel vlotter verloopt. Signalen worden veel sneller opgepikt. Er wordt al sneller een telefoontje gedaan om kort op de bal te spelen. Het vertrouwen groeit. Organisaties die deelnemen aan De Fender merken meteen de winst.”

Een almaar groter wordende groep valt overal tussen. “Er zijn mensen die met vragen zitten, maar toch niet in aanmerking komen voor bepaalde hulpverlening. Die mensen kunnen wel stabiliteit krijgen mits wat nabijheid. Een mooi voorbeeld is Peter. Hij belandde regelmatig op de urgentiedienst van het ziekenhuis omdat zijn psychische situatie ‘niet zwaar genoeg is’ om residentieel te worden opgevangen. Door hem wekelijks te bezoeken en met het netwerk allerlei kleine problemen zoals een afstandsbediening die niet werkt op te lossen, werden deze spoedopnames gehalveerd”, vertelt Dendas.

Jan Dendas Stefanie Cuypers Tom Dillen
Jan Dendas, Tom Dillen & Stefanie Cuypers

Volgens hem is dit een typevoorbeeld van het zogenaamd ‘laaghangend fruit’ dat in het huidige zorglandschap te vaak onbenut blijft. Er is een te grote focus op gespecialiseerde en zwaardere casussen. “Door samen te werken, nemen we dubbel werk weg. Nu zijn ze vaak naast elkaar met hetzelfde dossier bezig en moet er telkens weer opnieuw een band worden opgebouwd. Door samen te werken, krijgen hulpverleners ruimte vrij om ook de groep waartoe Peter hoort te ondersteunen. Ze kunnen samen aan de slag gaan en tijd herverdelen. Met De Fender willen we deze efficiëntie faciliteren”, aldus Jan Dendas.

Jan Dendas: “Dit fijnmazig hulpnetwerk zorgt ervoor dat mensen niet meer van het kastje naar de muur worden gestuurd. Ook crisissituaties kunnen voorkomen worden. Hulpverlening komt veel dichter bij de leefwereld van bewoners”

Groei in fases: van ontmoeting naar respijtzorg

De Fender werd in november 2024 opgericht en ontwikkelt zich gefaseerd. Vandaag ligt de focus op het faciliteren van ontmoeting tussen hulpverleners onderling en tussen hulpverleners en bewoners. Nabijheid en laagdrempeligheid staan centraal. Gaandeweg is het de bedoeling dat ook gespecialiseerde zorg integraal deel uitmaakt van het netwerk, zoals bijvoorbeeld verslavingszorg of psychiatrische hulpverlening. Vervolgens wil De Fender inzetten op participatie. Doel is om ook bewoners te betrekken bij de verdere uitbouw van de werking. “De ultieme droom is dat we uiteindelijk ook een respijtplek worden”, zegt Dendas. “Met een respijtplek willen we een alternatief bieden voor (her)opname bij tijdelijke crisissen. De plek moet ondersteund worden door het bestaande en door de bewoner gekende wijknetwerk.”

Om dit alles structureel te kunnen verankeren, is er volgens Dendas een belangrijke rol weggelegd voor lokale besturen. “Zij hebben nu geen officiële rol binnen de geestelijke gezondheid. Dankzij het geloof van de stad Gent in een project als dit, hebben we middelen en stappen ook andere grote partners zoals thuiszorgdiensten, VAPH-voorzieningen en psychiatrische ziekenhuizen mee in dit verhaal. Om nabijheid en efficiëntie te kunnen realiseren, moeten lokale besturen mee verantwoordelijkheid krijgen. Pas dan kan je een vermaatschappelijking van de zorg realiseren”, aldus Jan Dendas.

Stefanie Cuypers: “Niets wordt formeel geregistreerd, tenzij met toestemming van de betrokken persoon. Mensen kunnen zelf hun verhaal komen doen en  toestemming geven dat hun verhaal gedeeld en besproken wordt met andere hulpverleners”

De Fender wil geen blauwdruk zijn, maar een inspirerend model. En laat zich ook inspireren door gelijkaardige wijkgerichte netwerkprojecten elders in Vlaanderen. Hier en daar ontstaan gelijkaardige initiatieven. Gedeelde verantwoordelijkheid, menselijke nabijheid en vertrouwen staan telkens centraal. “We hopen dat de Vlaamse overheid stopt met projectmatig te financieren. Zorg dat zaken als deze structureel verankerd kunnen worden”, zegt Stefanie Cuypers. “We moeten deze beweging inderdaad vasthouden en uitbreiden. Zeker in tijden waarin de zorg onder druk staat en de noden alleen maar toenemen”, treedt Jan Dendas haar bij. “Geestelijke gezondheid in de wijk is nog een baby, maar met De Fender tonen we dat er muziek zit in deze nabijheid. Als we durven buiten de lijntjes te kleuren, kunnen we écht iets veranderen”, besluit hij.

Tekst: Sophie Beyers – Beeld: Tini Cleemput

https://www.zorgneticuro.be/artikel/welkom-bij-de-fender-een-plek-waar-zorg-gemeenschap-en-samenwerking-samenkomen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *