In de wijk Nieuw Gent praten we met wijkwerkers Stefanie en Jan over de meerwaarde van aanwezig en aanspreekbaar zijn in hun wijk.
Uit cijfers van het wijkgezondheidscentrum bleek dat meer dan 30% van de mensen die er woont een psychische kwetsbaarheid heeft. Daarom zocht de stad een wijkwerker met expertise in de geestelijke gezondheidszorg. Jan startte met de taak om mensen die van de zorgradar gevallen waren opnieuw terug op de radar te brengen. Daarnaast ondersteunt hij ook collega’s en organisaties in het omgaan met mensen met een psychische kwetsbaarheid. Omdat er ook nood was aan iemand met expertise in VAPH (personen met een handicap) kwam Stefanie ook bij als wijkwerker.
“Als je nadenkt: wie is er 40 jaar, alleenstaand en woont in een sociale woning? Vaak gaat het over heel kwetsbare mensen die pech gehad hebben in het leven. Ze zijn niet altijd in de juiste context opgegroeid en kregen niet altijd dat waar ze recht op hebben.”
Samen werken ze vooral in de publieke ruimte. Ze ontmoeten er bewoners uit de wijk. Ze gaan op zoek naar wat hun drijfveren en noden zijn en hoe ze hen kunnen ondersteunen. Dit doen ze met tijd voor een babbel en zonder agenda.
“Sommige dingen komen pas naar boven als je iemand intens veel ziet. Pas dan kan je daaraan werken. Soms is het ook gewoon het moment waarop je iets doet. Soms hebben mensen veel tijd nodig om zelf tot het besef te komen dat ze wel degelijk hulp nodig hebben.”
Het gesprek is dan ook een warm pleidooi voor hulpverlening op straat en op mensenmaat.
“Nabijheid is de sleutel tot heel veel dingen. Dat is niet altijd gemakkelijk omdat je moet meebewegen met de golven van het leven.”
“Als hulpverlener hebben we de drang om heel rap met oplossingen te komen, maar eigenlijk is dat vaak niet wat mensen willen. Mensen willen oprecht gezien worden, oprecht beluisterd worden en zijn vaak ook wel capabel […]. Ik denk dat dat proces met hen doorlopen super waardevol is. Zo zet je de mensen ook terug in hun kracht, in hun menselijkheid. En dan krijgen zij hun plek als bewoner in de wijk weer terug.”